In een tijd dat vissen nog werden gevangen met hengel en lijn leefde er een jongen die Kaucura heette. Op een dag kwam hij op een strand waar duizenden visgraten lagen, maar weinig menselijke voetafdrukken. Kaucura wilde weten hoe dat kon, omdat je met een hengel nooit zoveel kon vangen. Hij verstopte zich en wachtte tot het donker werd. Na een tijdje hoorde hij stemmen van zee komen en zag hij hoe een paar feeën iets in het water gooiden met touwen eraan. Ze kwamen op het strand en trokken netten uit het water. Kaucura besloot te helpen, maar toen de zon opkwam zagen de feeën dat hij een mens was en vluchtten ze. De netten lieten ze lig- gen. Kaucura liet die aan andere vissers zien. Sindsdien weten zij ook hoe ze heel veel vis- sen in een keer kunnen vangen.