Een rabbijn had een hele hoop zoons. Op een dag, toen hij in de synagoge was en zijn vrouw naar de molen, kwam er een beer die alle kinderen opvrat. De ouders zagen bij thuiskomst geen kinderen en gingen ze roepen. Opeens hoorden ze hun stemmen allemaal tegelijk: ‘We zitten in de buik van de beer, haal ons eruit!’ De ouders boden de beer brood, gebak en vers vlees aan, maar de beer reageerde niet eens en ging slapen. Toen sneed de rabbijn de buik van de beer open en haalde hij zijn kinderen eruit. Zijn vrouw stopte de kinderen in bad en verstopte hen op verschillende plekken in huis. Toen vulden ze de buik van de beer met stenen en botten, en naaiden ze hem dicht. Toen de beer wakker werd, strompelde hij weg terwijl hij brulde: ‘Ach en wee, wat heb ik een buikpijn!’